Het lijden wat een oprecht Christen overkomt, raakt niet alleen zijn eigen ik,
maar bovendien zijn geest die uit God geboren is.
Lijden wat ons treft kan door ziekte zijn, of door gebrek aan (financiële) middelen om in basisbehoeften te voorzien, door het ontbreken van mensen die helpen. Zo zijn er veel meer dingen te noemen als mensen die je belasteren of over je roddelen, noem maar op.
Het zijn zaken die alle mensen kunnen overkomen, want het gebeurt bij mensen die openlijk God niet vrezen. Maar ook bij mensen die zeggen dat een Christen zijn, de zogenoemde naamchristenen, maar die daar (helemaal) niet naar handelen. Maar bovendien bij mensen die oprechte Christenen zijn, die bij het volk van God horen.
Want het volk van God krijgt geen twee hemels: niet een goed deel op aarde en een goed deel na dit leven. Net als zij die God niet vrezen geen twee hemels krijgen, zij kunnen wel twee keer heel ongelukkig zijn; na dit leven én tijdens dit leven. Want heel veel mensen krijgen te maken met tegenspoeden, zelden dat iemand hier echt gelukkig is, en volmaakt gelukkig zijn, kan al helemaal niet.
Als iemand veel geluk in zijn leven kent, dan is het meestal maar voor de duur van dit leven en daarna volgt een eeuwige rampzaligheid. Terwijl de kinderen van God, de oprechte Christenen hier op aarde over het algemeen veel tegenspoed hebben. Maar die tegenspoed is wel in de wetenschap dat het tijdelijk is. Immers na dit leven zijn de oprechte Christenen voor altijd gelukkig, en zijn er zelfs geen gedachten meer aan alle zorgen die in dit leven zijn geweest. Wat een zalige eeuwigheid om naar uit te zien, om eeuwig bij God te zijn!
Nee, God dienen en tegelijkertijd de afgoden van deze tijd dienen kan niet. Daar is in verschillende blogs al over geschreven.
Als oprechte Christenen gebruik maken van de afgoden van deze tijd, zijn zij mede oorzaak voor de ondergang van mensen die God niet kennen. Bovendien, hebben zijn over het algemeen God veel minder nodig, dan de kinderen van God die geheel en al op God hun vertrouwen stellen. Maar God is getrouw en Hij zal al Zijn kinderen leren op Hem te vertrouwen.
Toch wordt God zo vaak gewantrouwd, terwijl Hij zo goed helpt. Denk er maar aan, dat hoe zwaarder en hoe moeilijker de weg is, des te meer heeft een mens God nodig. En de Allerhoogste is nabij de mens die op Hem bouwt en geheel en al zich aan Hem toevertrouwt.
Neem als voorbeeld een kind.
Hoe kleiner een kind, des te afhankelijker hij is van zijn ouders. Des te meer liefde ontvangt hij en des te gevoeliger (toegankelijk of ontvankelijk) is zo’n kleine voor de goede gaven waarmee hij verzorgt en omringt wordt.
Maak ons zo te zijn Heere, als een heel klein kind, als één die dient, als één die zeer nederig is in het volgen van Jezus, de Zoon van Uw liefde. Gelijk Hij Zichzelf heeft overgegeven in de dood, ja Die geroepen heeft toen Hij hier op aarde was, tot Zijn Vader. Hij heeft tot de Vader met sterk roepen en tranen Zichzelf opgeofferd, en Hij is verhoord, en uit de dood verlost.
Door Zijn offerande heeft Hij verlost uit de grote vrees en angst en benauwdheid die Hij gehad heeft, in Zijn grote en ontzaglijk diepe lijden. Door Zijn volkomen en volmaakte gehoorzaamheid aan Hem in Wie Hij Zijn vreugde vond. Hij is gekomen, toen de Vader vroeg wie Hij toch zou aan zou kunnen stellen om mensen van zonden en schuld te verlossen. Om hen te brengen van het grootste kwaad tot het hoogste goed welke Hijzelf is.
Toen heeft God gevraagd in heilige verlegenheid hoe Hij hen toch onder de kinderen zou kunnen zetten. Om hen te geven het gewenste land, dat hemelse Jeruzalem waar niets kan inkomen dat onrein en onheilig is.
O Heere, hoe zult U ons tot Uw kind maken dan door Uw Zoon? Hij is het Die kan medelijden hebben met ons. Want Hij is gelijk als wij, ja meer dan wij verzocht (dat is met een ontzettend zware kwellingen gekeurd) geweest in alle dingen, maar Hij was en bleef zonder zonde. Maak ons Uw beeld gelijk.
U bent geheiligd door de gehoorzaamheid die U geleerd hebt door het lijden op deze aarde. Zo wil U ons leren U gelijk te worden door gehoorzaam te zijn aan U, ongeacht wat U van ons vraagt.
Laten wij toch zo tot God roepen, of Hij ons bekeren wil tot Hem. Want echt, Hem na te volgen, geeft veel meer blijdschap en vreugde en voldoening dan ons eigen hart maar te volgen. Of om mensen na te volgen, want ook dat geeft uiteindelijk geen echte, geen blijvende vrolijkheid.
Wat de Allerhoogste hier op aarde ons geeft of juist niet geeft, heeft echt als doel dat wij Hem zoeken en vinden en eens eeuwig gelukkig bij Hem wonen. Daar is geen oorlog meer, geen ruzie, geen verdriet, geen zorgen, zelfs geen gedachte aan iets wat ons ongelukkig heeft gemaakt in dit leven. Maar daar in de hemel bij Hem Die ons gemaakt heeft, is liefde, echte liefde, onbaatzuchtige liefde tot eer van Hem. Hij heeft ons gekocht met Zijn bloed, want daarom is Hij gekomen en heeft Hij geleden en is Hij gemarteld en vermoord: opdat wij Hem navolgen, en nooit zo zullen lijden als dat Hij geleden heeft. En bovenal zullen wij door Zijn volmaakte leven en lijden na dit leven eeuwig bij Hem zijn.
Hier is er misschien iemand die de straf voor zijn vriend wil dragen, maar Hij is een Vriend voor vijanden. Want er staat geschreven: vijanden worden met God verzoend. Lees maar Romeinen 5 in de Statenvertaling.
En lees Jesaja 53 over het diepe lijden van de Zoon van God voor zondige mensenkinderen. Dan begrijp je hopelijk dat niemand van ons het recht heeft om zich maar uit te leven. Om zich niet te houden aan de leefregels die God ons ten goede gegeven heeft. Want dan doe je erger als iemand aan wie jij veel goed gedaan hebt.
Je hebt bijvoorbeeld een schuld van tienduizend euro voor je vriend betaald. En terwijl jij borg hebt gestaan voor die schuld, denkt je vriend; nu hij heeft toch alles betaald, dus ik maak mijn schuld nog veel groter, want hij betaalt toch alles. Dat is van jouw vriend al heel ondankbaar, maar ook onverstandig, want wie weet verbreek je wel de vriendschap.... Toch gedragen alle mensen zich zo naar God, ook jij die dit leest.
Daarom bidt God om verzoening over je schuld, je zonde, ook de schuld van dit land
wat zich dwaas en onverstandig gedraagt naar God, Die ons zoveel heeft gegeven.
Dat Hij het Verbond niet verbreekt, en ons totaal loslaat.
Reactie plaatsen
Reacties