Het woord van God aan ons gegeven is een praktisch woord. Het is enerzijds om na te volgen, en anderzijds als waarschuwing.
In 2 Koningen 22 (Statenvertaling) gaat het over koning Josia. Een man die op z'n 20e koning werd. Hij zag niet op mensen, wat zij zouden kunnen zeggen of doen, maar hij zag op de overste Leidsman en Voleinder Jezus Christus, Die alles volkomen volbracht heeft.
Als een goed en waardige volgeling deed deze koning wat er van hem verwacht werd. Josia liet de afgodsbeelden afbreken en tot gruis vermorzelen, en het stof en de as daarvan liet hij strooien op de graven van de mensen die aan die afgoden geofferd hadden. De botten van de afgodspriesters verbrandde hij op hun eigen altaren; en zo reinigde hij Juda en Jeruzalem, en Manasse en Efraïm en Simeon en Naftali. Zelfs de woeste plaatsen rondom hen reinigde hij van de altaren en de bossen en de beelden, hij liet het vermalen hij tot stof.
Zo wil de Allerhoogste dat wij Hem dienen, door met een volkomen hart, en met heilige ijver alles van ons doen. Niet alleen wijzelf, maar ook onze omgeving daartoe aanzetten, opdat Hij geëerd wordt en onze zielen de zaligheid verkrijgen. Opdat het als een olievlek zich uitspreidt, en Zijn Naam meer eer ontvangt, en meer en meer mensen zich buigen voor Hem. Om van Hem veel zegen te ontvangen, indien wij doen wat Hij ons gebiedt. En wat Hij gebiedt zijn zaken die goed voor ons zijn!
Dat is Zijn opdracht aan ons; om Hem volkomen te dienen, niet alleen onze rechterknie voor Hem buigend – en de linkerknie voor wat onszelf goed lijkt; maar beide onze knieën voor Hem buigen, vertrouwend op Hem Die zo goed is voor mensenkinderen die zonder Hem niets kunnen doen. Zonder Hem doen wij alles wat Hij verboden heeft, en vergooien onze ziel en lichaam om eeuwig zonder Hem te moeten leven.
Heere, geef ons zo alle afgoden van ons doen:
1. De afgod van onszelf te dienen en te zoeken, menend dat het zo nauw niet komt met de wetten die God ons ten goede gegeven heeft;
2. De afgod van te kijken naar anderen die toch ook zeggen dat zij Christenen zijn, en nog veel meer dan jij zich niet laten gezeggen en zich ook niet laten leiden door Gods woord;
3. De afgod van verzekeringen, terwijl Hij toch de beste verzekering is. Hij kost niets, sterker het heeft Hém alles gekost om ons te zaligen. Zou Hij ons dan ook niet onderhouden in dit leven? Heeft Hij niet zelf gezegd in het allerheiligste gebed; en (als een koppelwoord) geef ons heden ons dagelijkse brood. Dus niet alleen de geestelijke gaven, maar ook wat noodzakelijk is in dit aardse leven, mede aangeduid door het woordje ‘en’;
4. De afgod van het kleden naar de mode, van gezien te willen worden, alsof kleding de man of vrouw maakt tot wie hij is. En met het volgen van de mode, bedoel ik de kleding, de haardracht, de sieraden, het opmaken, de tijd die eraan besteed wordt; alsof we daarmee iets kunnen zijn voor God en onze naaste. En als je er jezelf ermee wilt vermaken; bedenk dat de tijd hier gegeven is om de Heere te zoeken en tot nut te zijn van onze naaste;
5. De afgod van man of vrouw, van kinderen, van vrienden. Zij zijn ons lief, maar is God je liever? Of je moet menen dat je hen vóór God kunt stellen, omdat Hij toch de opdracht geeft om hen lief te hebben. Bedenk dat Hij gezegd heeft, dat wie vader of moeder (kind of vriend) liefheeft boven Hem, Hem niet waardig is;
6. De afgod van de leugen en haat om wat meer te zijn dan een ander, om bij een ander in de smaak te vallen. Of om een ander zijn gaven die hem van God gegeven zijn, te ontkennen of te minachten – opdat jijzelf als beter en hoger wordt gezien;
7. De afgod van ons huis, van onze auto, van onze telefoon, die welhaast als heilig worden beschouwd. Maar God is heilig en Hij verwacht en geeft aan ons de opdracht dat wij ook heilig moeten zijn en heilig leven.
Meer dwaasheid weet ik zo niet te bedenken, maar ik zeg je; leg je hart er maar bij, om te bezien wat jouw afgoden zijn, en wat jouw boezemzonde is. Belijdt ze voor God en indien openbaar bedreven, belijdt ze ook voor de mensen. Dat zal God zeker zegenen, en je zult er goed mee zijn, en je medemens bovendien.
Pas het woord van God toe in de dagelijkse praktijk van je leven. Zie de voorbeelden die in de bijbel geschreven zijn, en leg je hart ernaast wat het jou te zeggen heeft.
Zie of je Hem volgt, gelijk Noach die bouwde aan de ark, en wat hebben ze hem uitgelachen om (naar zij meenden) zijn dwaasheid van zo’n grote ark te bouwen, terwijl er geen water was. Hoe moest dat schip ooit te water gelaten worden, wie zou dat kunnen doen, en bovendien waar diende die ark toe? Maar God gaf veel water uit de aarde en uit de hemel, omdat zij alles verzondigd hadden. Dus de ark hoefde helemaal niet naar het water, maar het water kwam vanuit de aarde en de hemel. Zodat de spotters stierven toen Hij de waterstromen over hen deed gaan, omdat Hij hun zonden moe was. Zij hadden Zijn kind Noach bespot , terwijl hij deed wat hem van God bevolen was. Maar hij en zijn gezin werden door God behouden, terwijl alle andere mensen verdronken.
Maar denk ook aan David, de man naar Gods hart. Hij was verkozen door God om koning te worden, maar hij was een schaapherder. Dat was een goed beroep, en gelijk als eeuwen daarvoor Mozes, heeft hij vele schapen in de woestijn van dit leven, moeten weiden. Als een herder van de grote kudde waarover de Heere hem gesteld heeft. Maar hoe is hij vervolgd door koning Saul en degenen die Saul bewonderden. Terwijl Saul van God verworpen was. Leg je hart ernaast: ben je oprecht gelijk als David die tot koning gezalfd was, terwijl Saul nog regeerde? Hij heeft afgewacht tot het Gods tijd was dat hij koning werd. Hij kroonde zichzelf niet tot koning, en daardoor is hij vele jaren vervolgd door Saul.
Op wie lijk je: op David of op Saul?
Maar als er staat dat David zondigde inzake het tellen van het volk, waarin zijn hoogmoed bleek: bedenk waarin jou hoogmoed blijkt, of denk je er niet eens aan waarin je zou kunnen vallen, en God door jou onteert zou worden.
Als David valt in de zonde met Bathseba: ben jij beter? Veracht je degene die openbaar in deze zonde vallen? Of zegt je in je hart; dan had hij beter op moeten letten, want als hij zo graag overspel deed, dan had hij beter het in het verborgen kunnen doen, en gezorgd dat zij niet zwanger werd? Of meen je heiliger te zijn dan deze man die zo van God begeerd was om Hem te dienen? Terwijl David de heilige wetten van God tot Zijn eer verder uitgevaardigd heeft, en Zijn heilige woning (de kerk) zo begeerde te bouwen.
Of ben je zo hard, dat het je totaal niet uitmaakt of je zonden gezien worden of niet? En als er dan toch een kind moet komen, nou dan laat je het maar aborteren en doden.
Houd je Zijn wetten – zie maar wat hier geschreven is, of heb je liever je eigen afgoden?
Koning David viel in zonden, maar hij had er zeer veel verdriet van; hij verborg het niet. Ten goede van ons is het opgeschreven. Niet om na te volgen, maar als waarschuwing, als opwekking om altijd en overal de Heere te zoeken; hoe meer wij Hem zoeken, des te meer wil Hij ons helpen en zegenen. Hoe meer wij Hem verachten, des te meer trekt Hij zich terug en geeft Hij je over aan wat je zo graag doet. Totdat Hij uiteindelijk zegt dat het genoeg is, en je overgeeft aan oordelen, als ziekte of anderszins.
En meen niet dat je het kunt ontgaan, omdat de wetenschap en kennis van ons lichaam, van ziekte en gezondheid zo is toegenomen. Omdat je verzekerd bent dat je huis weer opgebouwd wordt, je ziektekosten betaald, je auto betaald, wie door jouw toedoen een ongeluk overkomt, betaald wordt, enz. Omdat je premie betaald aan een aardse maatschappij.
Meen ook niet dat God dienen helemaal niet zit in uiterlijke dingen, want de wetten van God betreffen het eren van Hem en niet onze afgoden, en het betreft goed doen aan onze medemensen - wie dat ook is! En als de almachtige God Adam en Eva bekleed, omdat zij naakt waren, dan kleedt Hij hen geheel, en niet met kleding die strak en kort is, en nauwelijks het lichaam bedekt. Zodat je maar met je lichaam als een afgod pronken kan.
God ziet het hart aan. Daarom heeft Hij ook het tiende gebod gegeven; je zult niet begeren. Dat is alles waar jij je hart op zet, want weet dat God je om al deze dingen in rechtszaal van Zijn gericht zal doen komen.
Wie zal jou redden van de dood? Want buiten de Heere Jezus Christus is God een verterend Vuur. Hij zal alles verteren waar jij je hart op hebt gezet, en dan blijf je over als een naakte zondaar voor God.
Buig je beide knieën voor de HEERE en niet alleen de linkerknie, en niet alleen de rechterknie.
Als je niet of nauwelijks naar de kerk gaat, dan buig je beide knieën voor de afgoden van deze tijd. Door alles te doen wat jij denkt dat goed is. Of misschien zelfs wat kwaad is, omdat het je niet uitmaakt wat God of andere mensen van je denken.
Als je de christelijke godsdienst kent en volgt, maar God niet kent, dan buig je met je rechterknie voor de afgoden. Dan doe je in uiterlijke dingen nog wel wat God vraagt, maar je volgt Hem niet.
En velen van Gods volk (de oprechte Christenen) buigen alleen de rechterknie voor de allerheiligste God, en hun linkerknie buigen zij voor de afgoden van deze tijd. Zij volgen God met hun hart, want aan Hem hebben zij hun hart gegeven. Maar toch doen veel oprechte Christenen niet alles naar wat God geboden heeft.
Dus zelfs veel oprechte Christenen doen niet als David, zij doen niet als koning Hizkia en als koning Josia. Die mensen volgden God werkelijk met heel hun hart, in alles wat zij deden, zoals God de opdracht aan ons allemaal geeft.
In deze tijd, evenals in vroegere tijden, laten dus Christenen hun afgoden bestaan, in plaats dat het volk van God een voorbeeld voor andere mensen is. Daardoor zouden mensen tot God getrokken worden. Maar zij zijn geworden tot een voorbeeld om God te dienen én om tegelijk de afgoden plaats te geven. Waardoor God onteerd wordt, en anderen tot zondigen worden aangespoord.
En daarom worden wij overgegeven aan een oorlog. Maar het doel van God is een terugkeer tot Hem die ons gemaakt heeft.
Heere, geef een volkomen wederkeer, opdat wij met geheel ons hart, en met alle kracht en macht, met geheel onze geest en ons lichaam U dienen en de afgoden van ons doen. Want Uw Naam alleen moet eeuwig eer ontvangen.
Reactie plaatsen
Reacties