De Heere Jezus spreekt in Zijn woord van de wijze en de dwaze maagden,
waar ook Bunyan over schrijft als hij spreekt over de derde weg.
Die dwaze maagden stonden voor de hemelpoort. Zover waren zij gekomen in het meegaan op de weg die tot Hem leidt.
Een godzalige weg, een smal pad, een weg van moeite en verdriet, een pad als door de zee.
Daar kan geen mens doorgaan, tenzij dat God hem helpt.
Evenals de Israëlieten door de Rode Zee gingen, terwijl dat helemaal niet kon. Maar de almachtige God maakte een pad. Want er was geen pad, maar een breed en diep water.
Op dat smalle pad krijgt een mens te maken met anderen die hem niet erkennen.
Daarin krijgen de wijze en de dwaze maagden dezelfde weg. Want die uit God geboren zijn, worden gehaat van hen die niet uit God geboren zijn.
Er zijn op dat pad mensen, die zichzelf hebben doen geboren worden (en dat kan natuurlijk niet, want een geboorteweg moet ontsloten worden).
En zij worden door sommigen van Gods volk, ontmaskert en gewezen op het gevaar waarin zij verkeren. Maar wat doen die dwaze maagden die ontmaskerd worden? Zij laten zich niet ontmaskeren, maar zien het als de moeiten die hen aangedaan worden.
Zij weten wel dat zij juist hen die hen wijzen op het ontbreken van genade, fel moeten aanvallen. Althans, één van hen kan maar oprecht zijn voor God. Maar de naam-christen wil waar zijn voor de mensen. Dus doen zij er alles aan om zichzelf te verhogen en Gods volk te belasteren.
Zij waren dus gekomen tot aan de hemelpoort, zij meenden in de hemel te komen. Maar de grens was tot aan de hemelpoort, niet binnen die poort. Want daar komt niet in wat onrein is.
En o God, ik dank U dat na dit leven die mensen hun woede niet meer op ons kunnen uitleven. Zij menen U te dienen, althans zo willen zij ons doen geloven. Maar zij dienen hun vader de duivel en doen niet anders dan wat hun eigen hart ingeeft. En verleiden anderen, alsof het nauwelijks uitmaakt hoe U nagevolgd wordt.
Ergens zegt de Heere dat alleen die Hij gekocht heeft, in zullen gaan in het Koninkrijk der hemelen. Maar waarom alleen zij? Omdat zij Hem te eten of te drinken hebben gegeven. Of Hem bezocht toen Hij ziek was of in de gevangenis. Zij hebben Hem kleding gegeven, toen Hij niets had. Toch wisten zij daar helemaal niet van. Dat vragen zij ook aan hun Liefste; maar wanneer was dat dan, want dat weten helemaal niet? Dan antwoordt Hij hun; voor zoveel u dit aan één van de kleinen die door Mij gekocht zijn, hebt gedaan, zo hebt U dat aan Mij gedaan.
Het is opvallend dat die dwaze maagden, die het Koninkrijk van God niet in mogen gaan, en het niet verder brengen dan tot aan de hemelpoort, precies hetzelfde zeggen.
Jezus zegt van hen dat zij Hem niet te eten of te drinken gegeven hebben. Ook hebben zij Hem niet bezocht toen Hij ziek of in de gevangenis was. En evenals de kinderen van God, zijn zij verbaasd.
Maar let op: de kinderen van God zijn in heilige onnozelheid (onschuld) onwetend. En de kinderen van de duivel zijn in hun eigen onnozelheid onwetend. Zij hadden helemaal geen kennis aan hoe Jezus gediend wil worden, dat zij een ander meer hebben te respecteren en lief te hebben dan zichzelf. Hoe de Heere in de voetwassing van de discipelen, zelfs van Judas die Hem verraden zou, ons een voorbeeld heeft nagelaten.
Immers, Hij wist heel goed in Zijn alwetendheid, dat Judas Hem verraden zou, en toch waste Hij ook zijn voeten.
Dus het volgen van Jezus betekent het afzien van eigen eer, van goederen en van geld. Wat betekent Hem boven alles lief te hebben. Wat het ons ook kost: de liefde van mensen, het hebben van geld, van een goede baan, of onze goede naam. Ja in alles wat voor ons belangrijk is en wat wij niet kwijt willen. Daarom zijn die dwaze maagden zo verbaasd en vragen wanneer dat toch geweest is, dat zij Hem hebben gezien in Zijn ellende en gebrek.
Het is werkelijk de waarheid die zij zeggen, want zij hebben Hem helemaal niet gezien. En die door Hem in liefde gekocht zijn, hebben zij niet willen zien en nog minder willen helpen, maar haten hen. Daarom zegt Hij ook dat zij in Zijn Koninkrijk niet welkom zijn. Omdat zij geen goed gedaan hebben aan één van de gelovigen die door Hem gekocht zijn met Zijn bloed.
Vanzelf is dit maar één facet van hoe iemand met de naam van Christen meent de hemel in te kunnen komen. Er zijn veel meer kanten, maar wat hier staat geschreven is ook de waarheid.
Neem er een voorbeeld aan om niet dwaas te zijn, niet te leven of te handelen in eigen wijsheid. Maar om in (en voor en door) alle dingen onze eigen dwaasheid en onwetendheid voor ogen te houden. En wijs te zijn door Hem van Wie Salomo geschreven heeft, dat Hij de Wijsheid is.
Heere, doe ons volmaakt zijn in Uw geliefde Zoon, door de kracht van Uw Heilige Geest. Dat Hij ons verlicht door Uw woord, om wat kwaad en vals is te verwerpen.
Om van U aan te nemen wat goed en waarheid is.
Opdat wij getrouw zijn in onze handelswijze naar onze naaste – wie het ook betreft.
Tot de eer van Uw heilige Naam en tot heil van zielen voor de eeuwigheid.
Want dit vonnis over ons, is Uw liefde tot ons.
Reactie plaatsen
Reacties