De HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning,
Hij zal ons behouden.
U denkt dat u met voorzichtigheid een veilige koers vaart, gericht op uw behoud. Maar u beseft niet dat God de wind uit uw zeilen heeft gehaald, waardoor uw touwen slap hangen en de sterkste mast dreigt te vallen. Dit is de mast waarop u vertrouwt, die u beschouwt als uw bron van kracht. De Allerhoogste zal hier korte metten mee maken, en al uw kracht, macht en sterkte zullen blijken als riet dat door de wind heen en weer beweegt.
God heeft alles geschapen. Nadat Hij de mens had gemaakt, zag Hij dat het zeer goed was. Maar wij besloten om de Heere God niet te gehoorzamen, wat resulteerde in een val van een hoge top van eer naar eeuwige verwoesting.
O God, U blijft onze Rechter, onze Wetgever en onze Koning. Behoudt ons, o Heere, in het leven!
Daar, in het hemelse Kanaän bij U, in de stad Jeruzalem boven, zal niemand meer zeggen: "Ik ben ziek", want het volk dat daar woont, zal de genade van vergeving ontvangen.
U bent onze Rechter. Wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop is op U.
Zonder Hem kan niemand iets doen, niets horen of begrijpen wat Hij zegt.
Wie anders dan de Zoon van God is gekomen van Edom, de aartsvijand van oud Israël? Christus' klederen zijn bezoedeld door hun bloed, maar het is hún bloed in de strijd tegen Israël. Israël streed onder de banier van Jezus Christus, Die zowel voorop gaat als hun Achterhoede, Wolkkolom en Vuurkolom is.
Voor het volk, de kinderen van God geldt nog steeds: als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard om een volk van verderf te redden en zielen voor de eeuwigheid te heiligen. Hij voerde het gericht over Edom en voert het ook over ons. Zijn verbolgenheid is groot. Hij zal ons verslaan met een klap die ons zonder Hem niet kan doen opstaan. Allen die het horen, zullen verbaasd zeggen; waar zijn zij die zo groot waren? Schrik zal u bevangen, want God is opgestaan en heeft als de opperste Wetgever het gericht over ons voltrokken.
Heere, doe hen erkennen dat U onze Koning bent. Leid hen terug naar U, de levende God, zodat zij beseffen hoe U hen heeft doen vallen als rijpe vruchten. U hebt hen in toorn laten vallen vanwege hun totale goddeloosheid.
Het zwaard van de HEERE is vol bloed, van lammeren en bokken. Dit omvat niet alleen de goddelozen, maar ook de oprechten die door Hem zijn verzameld, voor wie Hij Zijn leven gaf. Gelijk Hij moest bloeden voor de zonden van Zijn volk, zo moet Zijn volk ook lijden in dit leven. Dit herinnert ons eraan waar we vandaan komen en hoe we gezondigd hebben, niet beter dan Adam of Eva die de vrucht nam. Bovenal is het doel dat wij op Hem zien en alles van Hem verwachten. Hij zal terugkomen om de wereld in gerechtigheid te richten. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zich tonen in kracht, en er zal een grote slachting zijn, waar Zijn vijanden wonen, die Zijn volk haten. Dit zal de dag van de wraak des Heeren zijn, een jaar van vergeldingen, om Sions twistzaak.
Nu het woord van de dag van de wraak des Heeren.
Om het jaar van het welbehagen des HEEREN uit te roepen en de dag der wrake van onze God. Om allen die verdrietig zijn te troosten, want Hij regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Opdat Hij gevreesd wordt, opdat zij weten dat er een God is en dat ik deze dingen niet uit mijzelf bedacht heb. Hij gaf de opdracht die ik niet wilde vervullen.
Maar Hij is God en heeft de macht over mij. Ik zei; ik ga niet, maar ik ging toch. En ik zei; ik doe het niet, maar ik deed het toch. Zijn liefde is de banier over mij, en wat uit mij is, stribbelt tegen. Maar wat uit Hem is, overwint door de Geest in mij, en Hij laat niet varen de werken van Zijn handen. De strijd tussen mijn ik en de Geest van God is dagelijks, maar de Geest strijdt en bidt voor mij.
Het is deze liefde die mij dringt om Hem te volgen op het pad wat Hij mij stelt. Deze zelfde liefde is het die Hem dit goddeloze land nog tot voorbeeld stelt, om tot Hem terug te keren.
Heere sta op, doe naar Uw Woord en laat deze dingen die in deze plaats, die hier in Nederland plaatsvinden, doen medewerken ten goede. Dat zij geloven, door het zien van Uw goddelijke almacht en Uw toorn, dat U mij de zaken heb laten opschrijven.
Het is Uw Naam; laat door mij Uw grote en heilige Naam niet gelasterd worden, maar geef een terugkeer tot U de levende God, en verheerlijk Uw Naam.
Als U dit land verderft en verwoesting over ons verspreidt, en ons ten val brengt; als wij onze oproep richten tot de overheden van het land, maar zij ons niet kunnen helpen; laat er dan nog enige mensen zijn die Uw woord verkondigen. Laat hen horen hoe goed U bent en wat Uw liefde inhoudt, zelfs in het oordeel over ons land.
Dat er nog een opwekking komt o God, in dit land zoals ik las. Die man gelooft dat de Heere naar Nederland zal omzien. Net als een vader die naar zijn kind omziet, dat zich afschuwelijk gedraagt en in problemen raakt. Terwijl het kind in nood verkeert, zoekt het niet de vader, maar bespot hem zelfs. De vader laat het kind gaan, hopend dat het terugkomt als het in de problemen zit. Maar het kind gaat door met zijn goddeloosheid, zonder rekening te houden met iemand, zelfs niet met zijn vader. Uiteindelijk wordt de nood zo groot dat er geen uitkomst meer is. Dan komt de vader weer in beeld en het kind gaat terug naar hem.
Zo werkt God op onze ondergang aan, met als doel dat wij terugkeren tot Hem, om door Hem behouden te worden. Een vader kan de omstandigheden niet zo maken dat alles hopeloos wordt voor zijn kind, maar God kan dat en brengt iedereen tot Hem die Hij liefheeft.
Hier in Nederland zijn we ver weg. Ver bij God vandaan, dat in de eerste plaats. Maar ook gedragen we ons dwaas in onze handelswijze, in economisch en maatschappelijk opzicht: in het maatschappelijke leven, in het omzien naar elkaar, zelfs in het gezinsleven. En zie maar hoe er wordt omgegaan met onze eigen boeren en vissers.
We verwoesten ons eigen land, en verwoesten onze eigen gezinnen, en we stellen onszelf voorop. Denk maar aan het recht op abortus, op euthanasie. De gedachte om zelf te kunnen bepalen of je man of vrouw bent. We brengen onze kinderen weg, en we eisen het recht om te kiezen wat we willen en wat we doen. Sommigen denken dat God ons niet ziet, of dat Hij in ieder geval niets doet. Anderen menen dat omstandigheden ons dwingen tot daden die niet goed zijn.
Maar er is geen enkele situatie die als excuus kan dienen voor het overtreden van Gods geboden. Hij zorgt voor ons, en Hij verlangt ernaar dat wij Hem dag en nacht om hulp vragen. Vraag, bid volhardend, en klop aan de deur van Zijn genade.
Sommigen menen dat de liefde van God bestaat in het goedkeuren van wat zijzelf menen dat goed is. Terwijl dat niet anders is dan zeggen: laten wij het kwade doen, want Hij zal het wel goedmaken.
Zoek het maar op in het boek des HEEREN en lees het, want niet een van deze zaken zal falen of dwalen. Zijn mond heeft het geboden, en Zijn Geest zal al die dingen samenvoegen, totdat er geen ontkomen meer aan zij. Want Hij Zelf heeft voor hen en voor ons het lot geworpen, en Zijn hand bestuurt ons met Zijn wetten.
Dan zal Hij de vijanden van Zijn Kerk kaalplukken, en Zijn vloek zal tot in eeuwigheid over hen zijn.
Maar de mensen die de Allerhoogste liefheeft, daar draagt Hij zorg voor, ook in ontzettend moeilijke tijden. Want die Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde toe.
Reactie plaatsen
Reacties