Er komt een dag waarop alle mensen zullen weten dat God bestaat en dat Hij rekenschap zal vragen voor het goede en het kwade dat wij hebben gedaan.
Alle mensen wijken van God af, en denken Hem niet nodig te hebben. Dat zijn echt niet alleen de mensen die menen dat er geen God is aan Wie zij eens verantwoording af moeten leggen. Die openlijk goddeloos leven.
Ook mensen die iedere zondag naar de kerk gaan, mensen die hun tijd, hun geld en noem maar op, geven aan hun naaste, gaan van God weg.
Denk aan koning Saul die zoveel van God ontving. Hij werd koning gemaakt. Door de Geest van God profeteerde hij. Hij had een leger tot zijn beschikking gekregen. Een paleis om in te wonen. Hij deed goed aan het volk waar hij over gesteld was, en beschermde hen.
Het was toch wel een goede man, of niet? God Zelf had immers opdracht gegeven om hem tot koning te maken. Zelfs de profeet Samuël dacht dat Saul God kende. Bovendien had God toch Zelf tot Saul gesproken, en de Geest van God werkte in hem.
Maar Saul haatte het kind van God, David. Hij zocht hem diverse keren te doden. Saul gaf er niets om dat David door God was aangewezen om na hem koning te worden. Evenmin gaf hij erom dat hij veel machtiger was dan David. Dus dat David zich niet goed verweren kon tegen hem. Hij haatte het kind van God, en God zegt: wie mijn volk aanraakt, raakt Mijn oogappel aan. Dus Saul, aan wie de Heere zoveel goeds gedaan had, haatte diezelfde God.
Alles wat gedaan en gezegd en gedacht is, weet God, ook van u die dit leest.
In de bijbel wordt geschreven over de leer van goede werken. Bij de kanttekeningen wordt verwezen naar de Roomse leer. Dat is logisch in de context van de tijd waarin de kanttekeningen zijn opgesteld. Maar alle religies, behalve de christelijke religie, kennen een ‘zalig worden’ door het doen van goede werken.
In de Heidelbergse Catechismus wordt uitgelegd wat goede werken zijn.
1. Het zijn daden die een mens doet uit een oprecht geloof.
2. Volgens de wet van God, de tien leefregels.
3. Zij zijn tot eer van God (en niet bedoeld tot onze eigen eer).
4. Die goede daden rusten (steunen) niet op de mening of regels van mensen.
Als je meent dat je toch wel goed bezig bent, ga dan na of je beter bent dan die jongeman die zo rijk was. Hij ging tot Jezus. Lees je het? hij ging zelf naar Jezus toe. De Heere wijst hem niet af, maar verteld hem dat hij alles wat hij heeft, moet verkopen en de armen geven, en Hem volgen.
Dus die jongeman mocht de Heere gaan volgen, dat is een wonder.
Toch gaat die jongeman van de Heere weg, en hij is nog verdrietig ook. Weet je waarom? Hij had zoveel, en dat zou hij kwijtraken, dat moest hij aan de armen geven. Dat wilde hij niet, daarvoor had hij zijn geld en goederen te lief. In ieder geval had hij het liever dan Jezus. Daarom ging hij van Hem weg.
Evenals koning Saul, die de Heere in eerste instantie wel volgde, maar later verliet hij God. Toen ging de Heere van hem weg, door Sauls eigen goddeloze handelswijze. Want hij haatte niet alleen David, maar hij verkwanselde deels ook zijn taak als koning, tot bescherming van het volk van God, het land Israël. Uiteindelijk ging Saul dus van Hem weg.
Waarom gaan dit soort mensen bij de Heere weg? Omdat zij het bij die God van liefde niet uithouden.
Want een mens die Hij levend maakt, gaat zien wie hij is. Namelijk boordevol zonden en goddeloosheid. En hij gaat zien dat God recht en goed is. En hijzelf onrechtvaardig en kwaad.
Daarvoor ziet een mens dat niet, en meent aardig goede dingen te doen. Maar als je door God bekeerd wordt, dan ga je zien en ervaren dat je God haat en je medemensen ook. Dat je bijzonder veel van jezelf houdt. En, hoe hard je ook werkt om daarvan verlost te worden, je komt er niet van af, dan na dit leven op aarde. Want de Heere bekeerd een mens uit genade, door het geloof in Hem. Dat geloof geeft Hij zelf, dat is een gave die God schenkt aan Zijn volk.
Dus doe goede werken. Dat moet, want wij hebben geen recht om voor onszelf te leven. Wij zijn gemaakt tot rentmeester van de aarde. Bovenal hebben we voor andere mensen zo te zorgen, zoals we voor onszelf zorgen. Zoals we willen dat er voor ons wordt gezorgd. Ongeacht wie die ander is, of wat die ander heeft gedaan.
In deze tijd wordt het doen van goede werken en het houden van menselijke inzettingen, ontleent aan Gods leefregels, aanvaardt als zijnde goed en heilig.
Terwijl zij niet zijn naar de christelijke leer, maar hebben toch de betekenis gekregen van het ultieme Christendom.
Daardoor breidt het kwaad zich uit als een olievlek, totdat geheel de wereld vervuld is met het kwade en er weinig goeds gevonden zal worden.
Niemand heeft te roemen in het werk wat hij gedaan heeft. Want in ons hart krioelt het van ongerechtigheid, van boosheid tegen God en tegen de mensen die Hem liefhebben.
In ons hart zijn alle kiemen van vuilheid aanwezig die bij het minste of geringste ontspruiten: om te zoeken en te doen waar wij voordeel bij denken te hebben. Maar door Hem zijn wij geschapen, om tot Zijn eer te leven en tot nut van onze medemensen. En God ziet het hart aan.
Wie door Hem geroepen en getrokken is om Hem na te volgen, wordt (als) herboren om goede werken te doen. Goede werken die door Christus Jezus zijn, die God voorbereid heeft. Waarin wij Hem navolgen.
Een mens wordt zalig uit genade, door Zijn goedheid over ons in Christus Jezus. Dat kan niemand volbrengen, en dat wil ook geen mens bewerkstelligen. Nu, zo is het ook met goede werken.
Onthoudt dat het doen van goede dingen, alleen mogelijk is door Hem.
Daarom zijn het zulke kwade zaken als mensen die zeggen Christen te zijn, Hem niet geheel navolgen in dit leven wat Hij ons geeft.
Ook als wij ons (als voorbeeld) verzekeren bij aardse maatschappijen, in plaats van bij de Maatschap van de goddelijke Drie-eenheid.
Die Maatschap laat ons niet betalen. Die stelt geen voorwaarden. Die vraag niet naar bewijsmateriaal. Daar hoef je geen moeilijke formulieren voor in te vullen. Maar die Maatschap betaalt als het nodig is.
In de tijd van oorlog, van honger en ziekte, zal geen verzekeringsmaatschappij uitkomst geven dan de Maatschap van de goddelijke Drie-eenheid. Want God is een God van liefde.