De Christen als katalysator I

Gepubliceerd op 9 juni 2026 om 20:06

Over menselijke grenzen en een Goddelijke mogelijkheid

Er is een groot tekort aan leerkrachten. Kerken roepen op om in het onderwijs te gaan werken, met als doel dat christelijk onderwijs blijft gegeven worden, met een vast en vol rooster in plaats van een zogeheten ‘gatenkaasrooster’. Voor kinderen is het sowieso beter als er een vaste structuur is, en het leerrendement is groter dan bij een rommelig rooster en deels zelfstudie.
Maar wat is een christelijke docent? Is dat iemand die naar de kerk gaat en op school zich voegt naar de algemeen geldende regels? Maar daarbuiten zich gedraagt naar eigen regels, alsof er geen God is en geen geboden zijn? Want kinderen krijgen niet alleen onderwijs, maar zij worden ook opgevoed door de onderwijzer. Want wat een leerkracht uitstraalt, en hoe hij zich gedraagt, begint niet bij het schoolhek en het eindigt ook niet bij het schoolhek.
Een leerkracht is een voorbeeld en een kind heeft voorbeelden nodig om zich te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de opvoeding, want dat is ook onderwijs. Daar zijn we toe geroepen om als hulpmiddel, als katalysator kinderen (maar ook andere volwassen mensen!) voor te gaan in dit leven wat als doel heeft, ons eeuwige leven.

Natuurlijk geldt dat voor alle beroepen. Iedereen heeft zich te gedragen, zoals de Allerhoogste het van een mens vraagt. Dus naar de tien leefregels in gedachten, woorden en handelswijze. Niet zoals in deze tijd bijvoorbeeld gezien wordt, dat vrouwen op het werk een rok dragen, en buiten werktijd een broek. Wie zegt dat je beter een lange broek kan dragen dan een korte rok, heeft geen ongelijk, maar spreekt wel dwaas.
Iedere cultuur heeft zijn eigen gewoonten, en al eeuwenlang is bij ons de broek voor mannen en de rok voor vrouwen. Daarover heeft God gezegd dat een vrouw geen mannenkleding moet dragen en andersom. En een rok voor een vrouw, moet net als een broek voor een man, fatsoenlijk zijn. Dus beiden niet kort, maar lang. Maar genoeg hierover. Wie hierover van mening verschilt, moet het de Heere maar voorleggen. Hij bekleedde Adam en Eva, en echt niet in mouwloze strakke bovenkleding en korte onderkleding die alleen de bovenbenen bedekte.

Wij zijn een voorbeeld in ons werk en buiten ons werk, en in het gehele maatschappelijke leven en het gezinsleven.
Het Christen-zijn moet in geheel onze levenswandel te zien zijn. Met als doel dat de allerhoogste God door ons geëerd wordt en mensen erdoor geraakt worden. Dat zit inderdaad niet in uiterlijke dingen, want het is geen afvinklijst van goede werken die wij doen. Maar let op: het gaat er echt niet buiten om. Wie een navolger wil zijn van Jezus Christus, die heeft ook in uiterlijke zaken zijn leven zo in te richten, dat het duidelijk is dat onze levenswandel als in de hemel is. Dat wij de Heere en Zijn mening liever navolgen, dan onze eer en onze mening die zo vaak afwijkt van wat goed voor ons is.
Daarover gaat dit stuk, over de praktikale leer van Christus.
Geheel Zijn leven was doortrokken van de Christelijke religie. Deze had Hij als God zijnde Zelf ingesteld. En als de Zoon van God in Zijn mensheid volmaakt uitgevoerd in een dienstbare en zichzelf verloochenende handelswijze.
Zo hebben wij te wandelen en te handelen, te spreken en onze gedachten te vormen vanuit het Woord wat de Heere ons gegeven heeft.

Er wordt wel gezegd dat de jeugd de toekomst heeft. Maar als onderwijzers (en allen die kinderen opvoeden) niet van God geleerd zijn, dan wordt er (wellicht) gebouwd op het christelijk fundament, maar wel naar eigen inzichten. De uitwassen daarvan zijn in deze tegenwoordige tijd duidelijk te zien.
Scholen die zich christelijk of reformatorisch noemen, hebben over het geheel genomen een remonstrantse inslag, waarin openlijk gezegd wordt dat het toch niet in de uiterlijke dingen zit. Wat zondermeer de waarheid is, maar zeer goddeloos misbruikt wordt, om in vele facetten van het leven de wereld gelijk te worden. Waar leerkrachten zich niet christelijk gedragen, maar evenals vele andere mensen in individualisme hun eigen weg, naar hun eigen mening bewandelen. Maar de mening van God de Heilige Geest gegrond op het Woord van God, wordt zo goed als niet gekend, en bovendien nauwelijks nagevolgd.

Gode zij dank kan het vaste Fundament weliswaar niet veranderd kan worden, maar wat daarop gebouwd wordt, is in deze tijd zelden meer dan hooi en stro.
De Heere geeft Zijn eer aan geen ander, en vanuit God gebeurt alles naar Zijn goddelijke wil. Toch hebben wij allen verantwoording af te leggen van hoe wij ons gedragen naar onze naaste, over wie wij gesteld zijn (hetzij kinderen of volwassenen).
Maar de jeugd heeft de toekomst. Daarom hebben wij met alle kracht en macht en lust, in biddend opzien tot God, in afhankelijkheid van Hem, zowel binnen de school als daarbuiten (of welke functie wij ook hebben), naar de godzalige leer te leven. Opdat de kinderen ons als voorbeelden zien van hoe de Heere werkt in mensenkinderen. En wat dat in een mens uitwerkt, en hoe die mens een voorbeeld is in leer en in leven (in zijn handelswijze).
Want het loslaten van en de afval van de Christelijke kernwaarden is in deze tijd binnen de doelgroep die zich christelijk of zelfs reformatorisch noemt, zeer groot.
Alleen dan heeft de jeugd immers de toekomst als wij hen onderwijzen naar de godzalige leer. Met als vast fundament Christus Jezus Die Zijn Woord ons ten goede gegeven heeft, om Hem na te volgen.
Mede daarom hebben wij onze eigen zaligheid uit te werken, door de goede werken die voorbereid zijn door Jezus Christus. Want het is tenslotte God die in ons werkt, het willen en het werken naar Zijn welhagen, want Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.