O land, land, land. Hoort toch!

Gepubliceerd op 16 juli 2026 om 20:09

O land, land, land, hoort des HEEREN woord!

Er is zoveel afval in dit land, bij dit volk wat leeft zonder God en Zijn geboden niet erkent noch voor goed houdt. Terwijl God goed is voor alle mensen. Hij haat niet de mens die Hij geschapen heeft, maar de zonde die in ons woont die haat Hij.
Alles wat oneerlijk, wat oneigenlijk, wat niet goed is, wordt goed gepraat. Ongeboren kindertjes, zelfs de kindertjes die buiten de baarmoeder levensvatbaar zijn, mogen gedood worden als zijnde goede zorg voor de vrouw. Moeders die de naam niet waard zijn, ja die door de overheid die hen de hand boven het hoofd houdt, zelf gedood zouden moeten worden. Zo immers heeft de Allerhoogste het ambt van overheden ingesteld, om het zwaard te dragen. Niet om onschuldigen te laten vermoorden, maar om de schuldigen aan moord ter dood te brengen.

Jeremia moet van de HEERE het volk aanzeggen dat de ballingschap in Babel niet twee volle jaren duurt, maar vele jaren langer. Het waren valse profeten die God niet gezonden had, maar spraken in hun eigen wijsheid – maar niet bij God vandaan.
Zij spraken van vrede en geen gevaar, en deden het voorkomen alsof de Heere een klein oordeel geeft over de vele jaren dat het volk van Hem was afgeweken. Maar de maat van Gods toorn was vol gezondigd.
Toch spreekt de HEERE: Ik weet de gedachten die Ik over u denk, gedachten van vrede en niet van kwaad. Heere, geef ons de uitkomst waar wij naar uitzien.
Dan zullen wij Hem aanroepen, en tot Hem gaan en tot Hem bidden, en zegt de Allerhoogste; Ik zal naar u horen. Dan zult u God vinden.

Hij zal hen, ja ons die zeer kwaadaardig zijn, het zwaard en de honger en de ziekte zenden. Hij Zelf jaagt ons achterna met Zijn oordelen, en geeft ons over aan deze vijanden. Tot een beroering en tot een vloek, en tot een schrik, ja tot schande en smaad onder alle volken. Niet omdat Hij onze ondergang zoekt, maar omdat wij weigeren Hem te erkennen en te aanvaarden als onze God.
Weigeren om te horen naar de mensen die Hij naar ons stuurt en onvermoeibaar het Woord van God verkondigen.
Jullie willen niet horen, dan alleen vrede en geen gevaar.
Christenen spreken van de de rampen op aarde, van de terugkomst van Christus. Waarin Hij komt om allen te oordelen, de levenden en de doden. Maar je leeft alsof je hier op aarde eeuwig leeft, en Hij voorlopig niet komt om te oordelen. En een tijdelijk oordeel, wat als doel heeft, dat je terugkeert tot God, is helemaal ongeloofwaardig. Er zijn er die zeggen: wij weten het niet, dus is het ook niet voor ons. Wat niet anders is dan onzinnig en belachelijk. Alsof God Zelf aan alle mensen het oordeel moet geven, want anders is het niet waar. Alsof de Allerhoogste in deze tijd Zich anders moet gedragen dan Hij altijd gedaan heeft. Meerdere mensen die God vrezen, die door Hem bekeerd zijn, weten dat er een oordeel over ons land komt. Maar het wordt niet geloofd. Nog minder wordt geloofd wat voor oordeel er komt. Terwijl er zoveel voedsel wordt weggesmeten. Terwijl wij niet weten te leven zonder stroom en schoon water. Terwijl boeren en vissers, die ons voedsel leveren, weg moeten. Waardoor wij nog meer afhankelijk zijn. Laten wij afhankelijk van God in Wiens hand alle dingen zijn.

Het oordeel komt, en wat er komt, is bekend. Het is niet bekend op wat voor manier het komt, dan bij God alleen. Evenals de precieze tijd.
Hij zal het doen, vanwege de ontheiliging van Zijn heilige Naam:
Het vloeken en zweren is niet van de lucht, en zelfs mensen die bij de overheid werken staan hier schuldig aan;
Het ontheiligen van Zijn dag, de zondag, wordt openlijk gedaan en toegestaan. Winkels zijn open, stranden liggen vol. Doe wat je wil, is het motto van dit land;
Het (laten) vermoorden van van kinderen, van ouderen, van zieken: het wordt toegestaan, ja gezien als goede zorg.

Het is in Gods hart niet opgekomen zo te handelen, wij zijn erger geworden dan beesten.

Op alle manier geven wij te kennen niet met Hem te maken willen hebben. Gods woord is niet het uitgangspunt voor je handelswijze, maar je doet naar wat je zelf wilt.
Zijn woord is best, maar wij houden het voor het lest.
Het woord van God is waarheid, maar die waarheid wordt getoetst aan onze eigen waarheid. Dat is voor jou de norm en daarnaar voeg jij je, en daarnaar richt jij je leven in. Waardoor de werkelijke waarheid van Gods woord meer en meer aan de kant geschoven wordt.
Althans, wie zijn eigen waarheid toetst aan Gods woord, komt erachter dat hij aan alle kanten tekortschiet in zijn daden, woorden en gedachten.

Daarentegen, degene die de goddelijke waarheid toetst aan zijn eigen waarheid, is van mening dat Gods waarheid kan worden aangepast aan het eigenbelang van zijn kwade hart.

Nimmer zal de mens erkennen dat God goed is en hij slecht. Altijd meent een mens iets te zijn voor God. 
Een kind kan geleerd hebben iets te delen met een ander kind. Dat is een goede zaak, van ouders geleerd en bovendien, wat de Allerhoogste in Zijn goedheid nog laat bestaan tussen mensen, en kinderen onderling. Tegelijkertijd kan een kind in zijn hart denken dat die ander dan ook wat met hem moet delen. Zo doen volwassen ook, zij geven iets en menen dat de ander, ja zelfs de Ander (en dat is God) aan hem ook iets moet geven.
Evenals bij andere religies, waar de mens van alles moet doen, en dan zal die god ook wat doen – al kan hij niets, want hij leeft niet en is God niet.

De mens moeten alles doen om zalig te worden, alsof de zaligheid van onze werken afhangt.
Maar wij moeten bidden, omdat onze zaligheid in alle dingen van God afhangt.

Onze werken zijn voorbereid door Jezus Christus, en door Hem alleen zijn zij goed en rein en heilig. Want zelfs onze beste werken zijn met vlekken bevuild.
Vlekken van onszelf bedoeld te hebben, vlekken van een goede naam te willen hebben, vlekken van eigen eer te zoeken. Vlekken die nimmer God bedoelen noch Zijn volk die Hij naar Zijn Naam genoemd heeft. Maar je haat Hem en die Hem liefhebben, ja je haat alle mensen die Hij naar Zijn beeld geschapen heeft. En je bent dol op jezelf, dat is ten diepste de afgod waar alles voor buigen moet.  

Heere, maak ons Uw beeld gelijk te zijn in liefde, in geloof, in eenheid, in het zoeken wat goed is voor de ander.
In andere mensen meer te achten dan onszelf. Om bovenal Uw eer op het oog te hebben in alles wat wij doen en niet doen. Het land is vol van moordspelonken. Duistere plaatsen waar U niet gediend wordt, maar Uw schepsels openlijk vermoord, verkracht, veracht en het wordt toegestaan door de overheid die door U ingesteld is.
Zelfs de kerkelijke overheden staan schuldig aan de geboden die U ons ten goede gegeven hebt.
Zij maken hun god van hun ambt, van hun verzekeringen, ja zij stellen zich boven God, met eigen gemaakte regels. Waardoor schande over het land wordt gehaald. Mensen van hetzelfde geslacht mogen samen leven als man en vrouw. Zij vervullen ambten in kerken, bij politieke partijen, bij overheden.
En de kerkmensen die wat godsdienstiger zijn, wat meer naar Gods wetten leven, maken het nog erger. Omdat zij geen voorbeeld zijn: niet in hun kleding, niet in hun verzekeringen, niet in hun sieraden, niet in hun omgang met medeburgers van dit land.
Er is nauwelijks onderscheid tussen een burger die niet met God en Zijn leefregels te maken wil hebben en een burger die lid is van een rechts kerkverband.
O Heere, open de ogen en geef een wederkeer tot U de levende God. Een niet af te wenden oordeel, en niemand merkt er op. Geen mens keert tot U terug.
Breng ons terug, door het oordeel heen, tot eeuwige zaligheid van mensenkinderen, tot de eer van Uw heilige Naam.

In de tijd van oorlog, van honger en ziekte, zal geen verzekeringsmaatschappij uitkomst geven dan de Maatschap van de goddelijke Drie-eenheid.

Heere, in de toorn, ontfermt U zich over ons.
Doe mensen overblijven die U dienen, die terugkeren tot U.
Geef enigen uit de tempel van satan die weliswaar zeggen dat zij Christenen zijn en zijn het niet, maar liegen het.
Om samen één te zijn in de Geliefde, om U te dienen, opdat er meer toegebracht worden tot de kudde van  mensenkinderen die U naar Uw Naam genoemd hebt. Van wie U de Opperherder bent. Wiens Naam op hun voorhoofden geschreven zijn, om eens te komen in het hemelse Jeruzalem, waar nooit meer duisternis zal zijn. Waar geen nacht meer is, en ook geen zon. Want het Lam de Zoon van God, is daar als het Licht wat op zodanige wijze de hemel verlicht, dat er voor duisternis geen plaats is.

Heere, hoe lang nog? zult U zich ontfermen over dit afgedwaalde en weggezonken land? Hoe lang nog zult U het oordeel uitstellen?
Doe naar Uw woord, opdat zij zich bekeren van hun dwaalwegen die niet goed zijn, en leven.
Leven door U, opdat wij roemen in U alleen.
Opdat het is gelijk geschreven staat, dat wie roemt, roeme in de HEERE alleen.