In de krant stonden verschillende reportages over rijk zijn, en het hedendaagse christendom ziet het als een goed werk - hoe er mee omgegaan wordt. En zondermeer is het christelijk te noemen.
Toch zijn er mensen die zich niet christelijk noemen en precies hetzelfde doen.
De dwaasheid is in het hoofd geslagen en het heeft zich genesteld in het hart, alsof het van God is. In de zin dat de Allerhoogste Zijn zegen verbindt aan al die zogeheten christelijke normen en waarden, alsof een mens daarmee voor God kan bestaan. Want de Heere geeft zegen aan goeden en kwaden, want er is tussen die beiden geen onderscheid. Als een mens sterft en voor God moet verschijnen, kunnen al die goede dingen niet als bewijsvoering aandragen worden. Alsof we toch zo slecht niet zijn.
We strelen ons ego door onze daden, maar spreken met onze woorden dat God het is die het ons gaf. Terwijl Hij zegt dat Hij zal uitroeien de rechtvaardige en de goddeloze. Nee, dat is niet de rechtvaardige die door Hem gerechtvaardigd is, maar die in eigen ogen rechtvaardig is. Een schijn – heilige, die van binnen net zo goddeloos is als degene die zich uitleeft in alles wat God verboden heeft.
Heere, U weet alles en niemand is beter dan een ander mensenkind dat bovendien ook door U geschapen is. Daarnaast is er geen kwaad dat U niet doet, want U regeert en zult Uw almacht tonen.
Het goede wordt door U gewerkt, en het kwade wordt door U toegelaten. Geef alstublieft een terugkeer tot U, niet alleen met woorden, maar ook met daden.
De praktijk van godzalig leven is het praktische leven hier op aarde. Het leven wat wij ontvangen hebben van God om goed te doen aan onze naaste, tot Zijn eer en tot eeuwig geluk van onze ziel.
Niet in eigen kracht, want wij kunnen alleen kwaad doen. Zelfs de goede dingen die wij doen, heeft een wortel van kwaad. Nooit zoekt een mens het goede, maar altijd het kwade.
Zondermeer kan een mens goed doen aan anderen, dat heeft God gelukkig nog niet geheel laten wegnemen.
Maar onderzoek je hart eens, of daar iets goeds in is voor God en de mensen. Want werkelijk goede werken zijn voorbereid door Jezus Christus, en wij kunnen die alleen maar vuil maken. Dus zelfs mensen die door Hem geheiligd zijn, kunnen het goede alleen doen door Hem. Want wat uit Hem is, dat kan niet zondigen. Maar wat van ons zelf is, is en doet niet anders dan ongerechtigheid.
Daarom zegt de Heere dat Hij uitroeien zal de rechtvaardige en de goddeloze.
Maar het oordeel begint bij het huis van God. Dat is het rechtvaardige en logische oordeel van de eeuwige God, beschreven in Zijn woord.
Het is rechtvaardig, omdat niemand God zoekt. Zelfs Zijn kinderen zijn vol zonde, en ervaren dagelijks hoe vuil zij zijn van zonden.
Het is logisch, want God kan en wil zelfs met de kleinste of allerminste van alle zonden niets te maken hebben, dat maakt Hem ontzettend kwaad en toornig. Dus begint Hij het oordeel bij Zijn eigen kinderen, en bij hen die zeggen dat zij Christenen zijn maar zijn het niet en liegen het. Want zij zijn evenals de openbare goddelozen, kinderen van hun vader, de duivel.
De allerhoogste en eeuwige God weet hoeveel verdriet er is en hoe er bij Hem geklaagd en gekermd wordt over de goddeloosheid in dit land. Een land wat vroeger wel genoemd werd het Israël van het Westen. Maar waar zelfs oprechte Christenen nu hun linkerknie buigen voor de afgoden van deze tijd.
Wat hebben we toch te verwachten, dan dat de Heere niet meer voorbij zal gaan aan al die dingen die Hem onteren:
Het vloeken en misbruiken van Gods Naam, wat hand over hand toeneemt. De zondag die meer en meer ingevuld wordt als een gewone werkdag. De mensen die vermoord worden, met toestemming van overheid en ouders. De vele mishandelingen op allerlei gebied door daden en woorden. Door wat er gezien en gehoord wordt aan vuilheid. Dingen die niet goed zijn voor een mens. Zaken die God verboden heeft, en die zelfs niet in Zijn gedachten zijn opgekomen, zo slecht en kwaadaardig zijn die dingen.
Hij zegt dat het zwaard is gescherpt, en het is bekwaam om te verschrikken en te doden.
Nogmaals het oordeel begint bij het huis van God. Dáár zijn vele mensen die dus zeggen dat zij Christenen zijn, maar zijn het niet. Misschien in uiterlijke dingen wel, al zijn in deze tijd er genoeg die menen dat het toch niet in uiterlijke dingen zit.
Dus zondags werken we niet, maar we houden ons ook niet bezig met God en de dingen van de eeuwigheid. Maar vermaken ons met de dingen van deze tijd.
En als het toch niet in uiterlijke dingen zit, dan kunnen we kleding aantrekken die wij leuk vinden, ongeacht of dat eenvoudig is of naar de laatste mode. Of dat het kort en strak is en ons lichaam goed uit de verf doet komen; of dat het kleding is die werkelijk ons lichaam bedekt. Onthoudt dat toen Adam en Eva gegeten hadden van de verboden vrucht, God hen bekleedde. Want zij zagen dat zij naakt waren. Toen schaamde zij zich om elkaar zo bloot te zien rondlopen. Daarom gaf de Heere hun kleding, om hun lichaam te bedekken. Terwijl in deze tijd kleding uitdagend moet zijn, onze lichaamsvormen nauwelijks verhullend. Of kleding die zo kort is dat benen en borsten niet of nauwelijks verhuld worden. Want dan moet de ander daar maar niet kijken. Maar dit is waarheid: God bekleedde de man en de vrouw, vanwege hun ontdekte schaamte voor elkaars naaktheid. Maar de dunne scheidslijn met de wereld is op alle terreinen van het leven allang overtreden.
Nog is God barmhartig en geduldig en doet Hij niet naar onze zonden, maar laat ons nog waarschuwen. Want het zwaard is gescherpt.
Wij hebben terug te keren tot God en tot Zijn geboden die niet zwaar zijn om te volbrengen. Hij overvraagt ons niet, maar wij hebben onszelf ongeschikt gemaakt om die tien leefregels naar behoren na te leven.
Keer op keer heeft de Allerhoogste ons geholpen: tachtig jaar zonder oorlogsgeweld en zeventig jaar geen overstroming in dit laaggelegen land.
We leven in vrede in een onstabiele wereld, en de dreiging is er dag en nacht. Maar we gaan door in het leven wat wij leven. Alsof de wereld niet in brand staat, alsof dat geen beproeving is, die ons zou moeten doen terugkeren tot Hem.
Van welke zijde het zwaard ook komt, onthoudt dat het komt van de allerhoogste en eeuwige God. Met als doel dat wij terugkeren tot Hem. Niet alleen met uiterlijke zaken, want dat deed ooit Ninevé ook.
Toen Jona rondging in die stad en zei dat in veertig dagen de stad omgekeerd zou worden, bekeerden zij zich. Maar alleen in uiterlijke dingen, die weliswaar het oordeel voor dat moment afwendde. Maar daarna gingen zij door in hun goddeloosheid, en later is de stad alsnog vernietigd.
God laat niet eindeloos met zich spotten. Ook niet in deze tijd, alsof de Heere ons hart niet kent, en maar aanziet wat voor ogen is. Kijk maar om je heen, en kijk maar eens in de spiegel, en bedenk wat je ziet of dat naar Gods leefregels is. Als dat niet zo is: bekeer je van je ongerechtigheden, en keer tot God en vraag of Hij je wil laten zien wie je bent en wie Hij is.
Als je nu in uiterlijke dingen Hem wel volgt, en dat kan heel ver gaan: vraag of Hij je wil laten zien wie je bent en wie Hij is.
Want het oordeel begint bij het huis van God.
Reactie plaatsen
Reacties