Weggenomen en geen tijd voor rouw

Gepubliceerd op 9 oktober 2026 om 00:20

Als teken dat het oordeel over Israël de waarheid is, neemt de Allerhoogste Ezechiëls vrouw weg. Geheel onverwachts door een haastige dood is zijn vrouw niet meer in leven. Maar hij mag niet rouwen: niet met woorden, niet met tranen, niet met rouwkleding en ook niet met een rouwmaaltijd. In niets mag hij laten blijken dat hij treurt over de dood van zijn vrouw – die hem toch zo plotseling ontvallen is.
De mensen die dat aanzien, vinden zijn handelswijze vreemd, zodat zij hem vragen waarom hij zo doet. Tenslotte is toch zijn vrouw gestorven.
Dan verteld Ezechiël wat de Heere hen daarmee te zeggen heeft. Hij zal Zijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid waarin zij hun lust en vermaak hadden. Het huis van God was bijzonder mooi en het volk had begeerte tot Gods huis.
Zo plotseling als de Allerhoogste zijn vrouw had weggenomen, zo plotseling zal God ellende over hen brengen en Zijn eigen huis ontheiligen. En er zal geen tijd zijn om te rouwen.
Waarom deed de Heere dat? omdat het volk met de mond wel erkende dat de Heere God is. Maar met hun daden openlijk blijk gaven dat zij in hun hart Hem niet liefhadden. Zij hadden de afgoden lief, en de grootste afgod waren zijzelf.

Evenals in deze tijd waarin de grootste afgod ons eigen ik is. En het wee is wel over degene die dat persoonlijk aanwijst. Zie maar in een Jesaja, in een Jeremia, in Johannes, in de Heere Zelf. Het is in deze tijd niet anders. Want wie de zonden aanwijst van mensen persoonlijk, wordt niet alleen gehaat, maar wordt zelfs het recht tot leven benomen.
Wie meent dat het niet zo is, omdat wij zo goed zijn dat wij niemand doden, die bedenk maar hoe er omgegaan wordt met degenen die oprecht zijn:
Zij worden genegeerd, gehaat, verstoten, afgehouden van het Avondmaal, het brood der kinderen wordt daarmee hen onthouden. Dus in de geest worden Gods kinderen vermoord.
Christus is vermoord met toestemming van de burgerlijke overheid, door wat wij nu noemen, kerkenraden. Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn degenen die destijds de Heere hebben gekruisigd. En de gemeenteleden hebben hen gevolgd in hun haat.

Het is zoals de Heere zei tot de Farizeeërs, toen zij Hem vroegen of zij dan ook blind waren. Dat kan toch niet, zulke geleerde mannen, dat vonden zij tenminste zelf wel. Maar zij vergaten dat zij alleen de wetten van Mozes kenden, maar nimmer van God geleerd waren. Daarom antwoordde de Heere dat als zij erkenden blind te zijn, het zo erg met hen niet gesteld was. Immers was Hij daartoe gekomen, om zondaren zalig te maken.
En dan zegt de Heere nog iets: maar nu meent u te zien, zo blijft dan in uw zonde. Wat een woord.
In deze tijd is het niet anders, want er zijn vele kerkenraden en kerkenraadsleden die geen flauw hebben idee wie Christus is, wat Hij gedaan heeft, en waarom Hij gekomen is. Zij babbelen maar wat, net als kleine kinderen. Met dit verschil dat de Heere gezegd heeft; wordt maar als een klein kind. Want een klein kind wil leren en neemt aan wat er gezegd wordt.

Maar hoe ouder een mens, hoe geleerder een mens, hoe godsdienstiger een mens, hoe vuiler en killer hij is.
Dat staat God niet in de weg, want één aanraking met Zijn kleinste vinger, en de mens ligt om en weet niet waar hij het zoeken moet, dan bij God alleen. Maar het huidige Christendom meent dan bekeerd te zijn. Niet wetend dat er geen mens is die zalig wil worden. Dus niet alleen zichzelf niet kan bekeren, maar ook niet wil bekeerd zijn. We willen zelf God zijn, en zijn een god in het diepst van onze gedachten. Vergetend dat de Heere ziet tot in de donkerste uithoeken van ons hart. O wat zijn wij dwaas, wat zijn wij dom.

Ezechiël heeft deze opdracht van niet te rouwen over de plotselinge dood van zijn vrouw, volbracht als voorzegging. En feitelijk om het volk te waarschuwen, al hoef je niet te denken dat zij hem bedankt hebben. Want wie zulke voorzeggingen op die wijze doet, wordt gehaat, want daar is niets tegen in te brengen. Al zijn er in deze tijd die het negeren, want dan hoef je er niets mee. Dat is dwaasheid, want het is ook nu een waarschuwing van de almachtige God om te voorzien in de nood die Hij over ons brengt.
God regeert en Hij zal Zijn almacht tonen, en heeft medelijden met ons. Hij heeft geen enkele vreugde in onze ondergang, maar wil dat wij ons bekeren tot Hem.

Hier is een aanzegging en andere zaken zijn eveneens aangezegd van dingen die niet naar Gods woord zijn.
1. Denk maar aan het verzekeren bij aardse maatschappijen.
2. Denk ook maar aan verkiezingen van ambtsdragers waar er velen zijn die alleen door de gemeente beroepen zijn. Maar de verkiezing van God niet in hun hart gevoelen. Die dat doen hebben een zeer grote verantwoording af te leggen die zij nooit kunnen dragen.
Bedenk dat God tot Kaïn sprak, dat Hij hem zou beschermen en direct daarna ging Kaïn van God weg. God verkoos Saul tot koning, hij kreeg een andere geest en hij profeteerde, maar na verloop van tijd ging hij van God weg. Judas werd door Jezus Zelf geroepen en verkozen tot het ambt. Drie jaar lang is hij met Hem opgetrokken, maar aan het einde ging hij van Hem weg. Want zij konden het bij die God van liefde niet uithouden.
Dus dat de Heere tot een mens spreekt is wonderlijk, maar niet zaligmakend. Kom, lees Gods woord, en maak van Hem geen afgod om voor je eigen godsdienst te gebruiken.
3. Maar ook het opnieuw trouwen, nadat man of vrouw is weggegaan.
Verschillende keren zegt de Heere heel duidelijk, en daar is echt geen spelt tussen te krijgen, dat wie de verlatene trouwt, óók overspel doet. Dus wanneer mag een man of vrouw die verlaten is, weer trouwen? Als degene die je verlaten heeft, overleden is. Want dat er staat dat je mag scheiden bij overspel is door de Heere toegelaten, vanwege de hardheid van ons hart. Maar het huwelijk is het beeld van het geestelijke huwelijk tussen Christus en Zijn Kerk. Vandaaruit heeft een mens niet het recht om weer te trouwen, tenzij de ander overleden is.
Vele predikanten staan dit toe, en het is niet geoorloofd. Zouden kerken dit niet toestaan, en burgerlijke overheden vanzelfsprekend ook niet, dan zouden er veel minder echtscheidingen zijn met alle positieve gevolgen van dien.
4. Denk bovendien maar aan de gezellige bijeenkomsten op het erf van Gods huis of zelfs in Zijn huis. Onthoud maar dat de Heere de tafel van de verkopers omwierp. En zij verkochten ten bate van de ware godsdienst. Maar de kerk is waar Zijn Naam is, een Huis van gebed en niet van verkopingen enz.
Over deze zaken is een andere zaak voorzegt als een vaststaand feit wat niet ontkent zal kunnen worden.

Het oordeel begint bij hen die Hij liefheeft, en breidt zich uit naar de degenen die in uiterlijke dingen Hem enigszins navolgen.
Het gaat verder, totdat het oordeel over het land is gekomen. Evenals een grote steen in het water geworpen, heftige golven veroorzaakt. Maar hoe verder van de plaats waar de steen het water raakt, des te minder het gevoeld wordt. Niet dat de rimpelingen er niet zijn, maar het wordt niet of veel minder gezien dat het oordeel van God is. Want hoe verder bij de plaats vandaan waar het oordeel begint, des te minder zicht er is op die steen die het veroorzaakt.
Diep, diep weggezonken is dit land in zonden en goddeloosheid.
Maar het oordeel begint bij het huis van God.